OpenID in de praktijk
Wednesday, May 27th, 200912 mei was er een interessante OpenID bijeenkomst waar ik ook een praatje heb gehouden. Hieronder de slides van mijn presentatie en een kort videoverslag van de dag zelf .
12 mei was er een interessante OpenID bijeenkomst waar ik ook een praatje heb gehouden. Hieronder de slides van mijn presentatie en een kort videoverslag van de dag zelf .
Dat is geen vraag aan mijzelf, maar gezien de reacties op het bericht van gisteren had ik de vraag wel moeten zien aankomen en dus het antwoord alvast moeten geven;-) Bij deze alsnog.
De aankondiging van gisteren was niet gericht op Hyvers, maar vooral op de Nederlandse webindustrie. Wij geloven dat open standaarden als OpenID een belangrijke rol moeten gaan spelen, en met het ‘geven’ van een OpenID aan half Nederland willen we een eerste stap zetten die anderen moet bewegen om er ook mee aan de slag te gaan. Wij verwachten niet dat Hyvers nu en masse hun Hyves OpenID gaan gebruiken aangezien er in Nederland nagenoeg geen websites zijn die het accepteren, dat gaf ik gisteren ook al aan.
Maar waarom geven wij dan niet het goede voorbeeld door mensen die al een (niet Hyves) OpenID hebben deze te laten gebruiken op hyves.nl?
Het gebruik van Hyves via andere interfaces dan de standaard website neemt zeer snel toe, zo’n 15% van de gebruikers Hyved ook via de mobiele telefoon of SMS bijvoorbeeld. OpenID is echter zeer sterk gericht op het gebruik binnen een webbrowser die draait op een PC. Anders gezegd, het is erg lastig, en soms onmogelijk, om met een OpenID in te loggen op bijvoorbeeld de mobiele sites en applicaties van Hyves. Of dit wel of niet kan is echter afhankelijk van de betreffende OpenID provider en op dit moment zouden we veel te veel problemen creeren voor Hyvers die niet met een gebruikersnaam/wachtwoord combinatie kunnen inloggen maar alleen met een OpenID. Chris Messina, geen onbekende in het OpenID wereldje, heeft over dit onderwerp al een paar keer geschreven. Hyves als OpenID provider heeft overigens wel een goede ondersteuning voor het gebruik op mobiele websites, maar ook op dat vlak kan er (bijv. met gebruik van SMS) nog veel verbeteren en zullen we dat ook gaan doen.
Er zijn goede argumenten genoemd waarom Hyves OpenID zou moeten accepteren, en ik sluit ook zeker niet uit dat we dat zullen gaan doen, maar af en toe krijg ik het gevoel alsof het accepteren van OpenID (door Hyves) een doel op zich moet zijn. Zonder dat er rekening gehouden wordt met beperkingen van OpenID en alle gevolgen van dien. Om die uitdagingen aan te gaan zullen veel meer partijen moeten gaan meewerken, en dat is wat wij op korte termijn willen bereiken. Iedereen die een beetje thuis is in de OpenID discussie weet dat de gebruikerservaring niet altijd optimaal is, het laatste wat we nu zouden moeten willen is om gewone gebruikers dat ook te laten ervaren. Daarmee zeg ik niet dat we niet verder kunnen met OpenID, maar wel dat we goed moeten kijken naar waar het nu direct goed inzetbaar kan zijn.
Dat Nederlanders sociaal actief zijn op het web blijkt nog maar weer eens uit het gisteren gepubliceerde onderzoek van Ruigrok NetPanel in de aanloop naar The Next Web conferentie. 70% van alle Nederlands is actief, en veruit het grootste deel daarvan op Hyves.
Nou is Hyven op Hyves natuurlijk erg mooi, maar een belangrijke trend is ook de verwevenheid van diensten als Hyves met andere webdiensten. En het daarmee gepaard gaande gemak dat mensen overal hun gegevens en vrienden bij de hand hebben. De komende tijd zullen we veel nieuwe instrumenten gaan lanceren die het makkelijker maken om de sociale en virale kracht Hyves ook in te zetten op andere websites. OpenID is in dat kader een van de belangrijkste bouwstenen die we nu ontwikkelen. Het stelt vanaf vandaag bijna 8 miljoen Hyvende Nederlanders in staat om op een makkelijke en veilige manier te registreren en in te loggen op andere websites, gebruik makend van hun Hyves gebruikersnaam en wachtwoord. OpenID is een open standaard die elke website makkelijk kan implementeren, met een beetje gelukt hoeven we straks dus nog maar één gebruikersnaam/wachtwoord combinatie te onthouden;-)
Vanaf nu kun je bij elke website die OpenID ondersteunt dus registreren met jouw eigen Hyves webadres, in mijn geval is dat yme-bosma.hyves.nl. Je kunt ook gewoon hyves.nl invullen. Er zijn inmiddels vele tienduizenden websites waar je jouw Hyves OpenID kunt gebruiken om te registreren, belangrijke voorbeelden zijn weblogdiensten als Blogger en Typepad.
Wil je het zelf eens proberen? Als je nou Twitter gebruikt, registreer je dan bij Twitterfeed (met een Hyves OpenID) en stel daar meteen in dat je jouw WieWatWaartjes wilt laten verschijnen als tweet op Twitter door de volgende RSS feed URL in te vullen (met jouw Hyves gebruikersnaam in plaats van ‘xxx’):
Er zijn nog weinig Nederlandse websites die het mogelijk maken om met een OpenID te registreren en in te loggen, maar er zijn voldoende partijen die daar verandering in willen brengen nu sinds vandaag de Hyvende helft van Nederland ook daadwerkelijk een OpenID heeft. In samenwerking met een aantal organisaties willen we als Hyves bijdragen aan het succes van OpenID in Nederland. We nodigen dan ook eenieder uit die ermee aan de slag wil om op 12 mei naar het ‘OpenID in de praktijk‘ event te komen waar we al onze plannen en mogelijkheden zullen toelichten.
Je kunt je Hyves account nu dus gebruiken als OpenID, maar deze dienst is nog in ontwikkeling (beta). In de komende weken zullen er verschillende uitbreidingen en verbeteringen komen die Hyves OpenID nog makkelijker en nuttiger zullen maken. Feedback en ideeen zijn uiteraard welkom!
Facebook Connect (zie rechterkolom) en Google’s Friend Connect zijn de startpunten voor iets dat in 2009 een heel zichtbare strijd op het web gaat worden. Hoe gebruik je straks jouw opgebouwde identiteit (op met name de social networking diensten) over het hele web? Wired schrijft er een kort maar krachtig stukje over, en het is nog de vraag of de ‘beste’ oplossing ook daadwerkelijk gaat winnen… Op dit vlak kun je vanuit Hyves ook het e.e.a. verwachten begin volgend jaar.
“It would seem, despite the best efforts of those who conceived of it, that we’ve ended up in just the very situation OpenID was designed to prevent — scattered identities that should be, but aren’t, linked to each other in any real way.
But in some ways when OpenID first got off the ground it was a solution without a problem. Now that the problem has arrived, will OpenID offer a way out? Given a scenario where you are forced to choose an identity (where we are now) and where you can define your own identity however you like (which OpenID could possibly offer), not needing to choose is almost certainly the winning idea.”
Als er nog twijfels zijn of de vrienden op sites als Hyves en facebook wel echte vrienden zijn, lees dan dit artikel over een fenomeen waar we tegenwoordig steeds vaker tegen aan zullen lopen. Het publiekelijk herdefinieren of zelfs verbreken van een vriendschapsrelatie.
“Jill received a message from her friend Megan asking, “When are we getting together? Miss you.” Moments after that message, Jill discovered that Megan had de-friended her on Facebook. That was odd. She gets a “let’s get together” message, the two of them hang out twice a week, and they have lots of mutual friends. All signs that made Jill believe she was Megan’s friend. Jill didn’t realize that Megan was on a rampage, a three day de-friending bloodbath, cleaning out her Facebook friends list.
The behavior was so strange that all the mature 30-something women who were in Megan’s original friend pool turned into gossiping teenagers. Why did some of them make the cut and others didn’t? Turns out some friends who stayed on were told by Megan that they were being left on because they could be valuable to Megan’s professional network. One friend was told that she was kept on because Megan thought if she de-friended her, which apparently she wanted to do, she would lose her social standing in the group.”
De stap van Six Apart om social networking functionaliteiten toe te voegen aan hun blogplatform is meer dan alleen logische evolutie. Het feit dat iedereen op zo’n social networking site kan participeren met een OpenID (de ‘standaard’ schakel tussen diensten die deze ondersteunen) maakt dat gecentraliseerde social networking diensten als (mijn eigen) Hyves, Facebook en MySpace langzaam een andere rol gaan krijgen. Ze zijn straks niet meer alles voor iedereen, maar (naar mijn mening) eerder de facilitator van het online sociaal actief zijn, waar dan ook. Ik verwacht dus niet dat Movable Type of WordPress zelf grote social networking diensten gaan worden, maar zij zullen bij uitstek de platformen zijn van waaruit niche social networks zullen groeien, vaak vanuit een bepaalde thematiek. En tegelijkertijd, zoals ook Om Malik al aangeeft, zullen er zeker ook veel individuen komen die hun eigen social network hosten, vergelijkbaar met een profielpagina op bijvoorbeeld Hyves, maar dan met eigen design, URL, voorwaarden, etc. Op dat vlak zullen WordPress en Movable Type dus wel een alternatief gaan vormen voor de grote social networking diensten (de plek waar je jouw identiteit host en vanuit waar je deze gebruikt), maar het is iets dat vooralsnog meer weggelegd is voor een relatief kleine groep voorlopers in de zogenaamde ‘narcissistic phase’.
“As a society, we are entering an increasingly narcissistic phase, enabled by web technologies — a theory that is articulated in Wired’s recent cover story. As the Wired writer quips, “Like it or not, we are all public figures now — famous, as the new cliché goes, for 15 people.”
Scott Kveton reageert op OpenID.net op een artikel dat dit weekend verscheen in The New York Times waarin kritiek geuit wordt op OpenID en Information Cards als alternatief wordt gepositioneerd. Dat laatste is niet helemaal correct aangezien het net zo goed complementair kan zijn. De kritiek op OpenID is te begrijpen, en wordt hopelijk vooral als opbouwend gezien. Iets dat je ook kunt lezen in Scott’s blogpost. Beide artikelen tesamen geven een goed inzicht in de huidige staat van OpenID en de issues die het probeert op te lossen. Meer dan de moeite waard dus.
Dat zou geen nieuws moet zijn, maar de stap die Microsoft vandaag neemt om gebruikers van haar zoekmachine te betalen is een eerste stap waar er meerdere zullen volgen. Gebruikers zullen directer beloond gaan worden in ruil voor informatie over wie ze zijn en wat ze willen. Dat is (nog) niet het model dat Microsoft zal hanteren, maar het wijst wel die kant op. En dat biedt kansen voor partijen die dit kunnen faciliteren…
“That is the idea behind a new Microsoft program that will return money to online users who find and buy selected products through its Live Search engine. It’s an unusual move that illustrates the lengths to which the Redmond company is willing to go in its struggle to gain ground on the Internet search king.”
“You maintain one copy of your master contact information in the (un)social directory – all of the possible ways to contact you. Everyone else has a similar master contact page which is visible only to her. When two people meet and exchange (un)social contact info, what they are actually doing is exchanging permissions but NOT contact information. Permissions are always revocable. This needs an example.”
Dat iets technisch en juridisch mogelijk is maakt het nog niet sociaal wenselijk. Dit is het punt dat Dare Obasanjo wil maken in zijn laatste post over het voortdurende verhaal van Robert Scoble die door Facebook gedeactiveerd werd omdat hij gebruikmakend van Plaxo gegevens over zijn vrienden op Facebook exporteerde om deze weer te importeren in een andere dienst.
Het is een vraagstuk waar we ook bij Hyves een goed antwoord op proberen te vinden. Hoe zouden jullie het vinden wanneer iedereen alle gegevens over zijn vrienden (voorzover ook voor die persoon zichtbaar op hyves.nl) zou kunnen exporteren om deze vervolgens op andere plekken weer te gebruiken? Informatie die vaak alleen maar zichtbaar is tussen vrienden onderling, maar op het moment dat deze zelfde informatie door een van die vrienden ergens anders geimporteerd wordt dan is deze (mogelijk) meteen zichtbaar in een andere context.
Het is lastiger dan het lijkt, misschien dat de opt-in suggestie van Marc zo slecht nog niet is…
Gelijktijdig betrokken zijn bij de organisatie van PICNIC en participeren als spreker in de allerlaatste sessie gaat niet goed samen (lees: zware hoofdpijn). Dessalnietemin hebben mijn panelgenoten er een interessante discussie van gemaakt, Gabe McIntyre deed verslag.
Terwijl Marc Canter een open brief schrijft aan Facebook’s Mark Zukerberg en hem daarin verzoekt de laatste stap te nemen op weg naar wat Dave Winer noemt “the API the Internet never had — identityâ€, maakt Six Apart bekend dat zij de ‘Social Graph’ zullen openen. Ze laten een demo zien die een oplossingsrichting aanwijst gebruik makend van OpenID, XFN, hCard en FOAF. Recente ontwikkelingen wijzen allemaal die kant op en ik hoop dat deze aankondiging de evolutie op dit vlak zal versnellen aangezien de meesten zullen begrijpen dat de puinhoop van vandaag niet de toekomst kan zijn. Het probleem is natuurlijk wel dat de gevestigde orde iets te veliezen heeft, dat is althans de heersende gedachte. Nu ik bij Hyves werk maak ik natuurlijk ook onderdeel uit van die groep, dus dat wordt nog leuk;-) Volgende week tijdens PICNIC (ik ben onderdeel van de organisatie) hebben we ook een sessie over dit onderwerp met o.a. Marc Canter, Dick Hardt van Sxip Identity en Biz Stone van Twitter.
Voor mensen die niet echt actief participeren in social networking diensten als Hyves is het soms moeilijk om te begrijpen wat mensen motiveert om daar actief te zijn. Actief in de vorm van communicatie, foto’s en video’s uploaden, etc. Carl haalt wat onderzoeken bij elkaar en conludeert daaruit wat velen doen: mensen participeren vanuit een behoefte om ‘beroemd te worden’. Er is niets sociaals aan het actief zijn op bijvoorbeeld een YouTube of een Hyves stelt hij. In de comments heb ik een discussie met hem over deze conclusie en de uitkomst is vooralsnog onbeslist. We weten het namelijk niet en de beschikbare cijfers helpen ons niet verder. Wat we wel weten is dat de meeste content die door gebruikers gecreëerd wordt afkomstig is van een relatief kleine groep mensen. Maar wat drijft hun? Sociale intenties of een ‘claim to fame’? Ik zou graag eens een aantal hypothesen willen toetsen aan de hand van Hyves data en gebruikers, dus mocht iemand een slimme student weten die op zoek is naar een stage of afstudeeropdracht dan hoor ik het graag…
Update: Ik werd door Michiel de Nijs gewezen op een studie (pdf) gedaan door Hanneke Vos naar het gedrag van Hyvers. Al zie ik dat de data niet meer helemaal overeenkomt met wat we vandaag de dag zien blijven de conclusies toch wel interessant:
“De belangrijkste motieven om Hyves te gebruiken zijn: ontsnappen aan de dagelijkse dingen en ontspanning (escape en ontspanning), communiceren en contact te houden met vrienden en kennissen en uiting te geven aan vriendschap (communicatie en vriendschap) en plezier en vermaak (entertainment). Drie minder sterke, maar ook positief aanwezige motieven zijn het vergelijken van jezelf met anderen en het presenteren van jezelf (zelfinzicht en zelfpresentatie), het feit dat Hyves een goedkope en makkelijke manier is om te communiceren (convenience) en het netwerk verbreden door het maken van nieuwe vrienden netwerken). Het minst sterke motief om te Hyven is het opdoen van ideeën over mode en bijblijven over wat ‘hot’ or ‘not’ is (fashion). De meeste verschillen tussen Hyvers zijn te vinden in de minder sterke motieven zelfinzicht en zelfpresentatie, convenience, fashion en netwerken. De verschillen zijn gering tussen Hyvers in de motieven die het sterkst aanwezig zijn .”
Ad Pontier stelt mij de volgende vraag: “Veel jongeren geven hun privacy weg zonder te weten wat daarvan het effect is, denkt u dat ze, als ze de effecten ervan ondervinden, nog steeds gebruik zullen blijven maken van sociale netwerken?” Tegelijkertijd lees ik het stukje van Jeroen waarin hij zich afvraagt of Facebook alweer niet bijna dood is. Bij het beantwoorden van die vraag haalt hij een quote van Henk Blanken aan die eigenlijk ook meteen antwoord op de vraag van Ad geeft:
“De massa is de maat niet op het net. Dat we toch massaal vaak zeer persoonlijke informatie delen met de hele wereld, is een weeffout. Het kon nog even niet anders, daarom blogden we in het openbaar. Maar veruit de meeste bloggers willen dat helemaal niet – dat wil zeggen: als ze zich het al realiseerden, want de massa zei nooit: hou ’s op met die ongein.”
Ik denk dat die observatie van Henk correct is, en het is best wel een structurele weeffout. Het zijn er zelfs meerderen. Gijsbrecht haalt in de reacties op Adfoblog een eerder bericht van mij aan waarin Dave Winer uitlegt hoe een van de weeffouten hersteld zou kunnen gaan worden. En met dat herstel in de basis geloof ik dat ook de expliciet genoemde weeffout van Herbert opgelost kan worden. Ik moet namelijk op een makkelijke manier al mijn relaties tot andere mensen kunnen definieren en (her)gebruiken voordat bijvoorbeeld privacy controls ook echt zullen gaan werken. Zowel Facebook als Hyves hebben op dat punt nog een behoorlijk weg te gaan, en de vraag is uberhaupt nog of er wel een gecentraliseerde oplossing voor zal komen… Wat dat betreft zal de toekomst zoals deze vandaag door Newsweek geschetst wordt misschien wel niet gaan uitkomen:
“Everyone knows that Facebook is the online hangout of just about every college student in the nation as well as the inevitable source of photos of nominees for the Supreme Court in 2038 cavorting in their underwear as youths.”
Al denk ik dat een paar van dat soort onderbroekschandalen best wel eens zouden kunnen helpen in de bewustwording bij mensen om bepaalde privacy controls ook daadwerkelijk te gaan gebruiken…;-)
Wired maakt een duidelijk statement over hoe de toekomst van de social networking (diensten) er uit zal zien. Open, open en open. Die toekomst is onvermijdelijk, Marc Canter legt dat hier ook nog eens uit. Ik geloof zelf ook dat het deze kant op gaat en dat betekent dat ik me de komende tijd niet hoef te vervelen
“At this point, “friend” relationships remain unique to the social networks. The web still lacks a generalized way to convey relationships between people’s identities on the internet. The absence of this secret sauce — an underlying framework that connects “friends” and establishes trust relationships between peers — is what gave rise to social networks in the first place. While we’ve largely outgrown the limitations of closed platforms (take e-mail or the web itself), no one has stepped forward with an open solution to managing your friends on the internet at large.”
Marco schrijft vandaag over de uitzending van Netwerk waarin het Google ‘gevaar’ behandeld werd. Ik heb de uitzending niet gezien, maar denk dat ik wel begrijp welke punten naar voren kwamen.
Het beste antwoord op dit eventuele gevaar is wat mij betreft echter niet het bouwen van meer muren om ervoor te zorgen dat de Google’s van deze wereld niets over mij weten wanneer ik van hun diensten gebruik maak. Dat zou zonde zijn aangezien de dienst waarschijnlijk beter werkt naarmate Google meer van mij weet.
Het antwoord op deze problematiek ligt misschien wel veel meer in de mogelijkheden voor gebruikers om meer controle te hebben over wie welke informatie krijgt. Zaken als Cluztr en AttentionTrust gaan er uiteindelijk voor zorgen dat de informatie die ik wil geven aan Google veel beter is dan de informatie die Google over mij heeft (of zelf kan opbouwen). En vanaf dat moment kunnen we muren gaan optrekken die er voor zorgen dat Google verder ook niets meer over mij te weten komt, zonder dat dit de relevantie van de dienst in gevaar brengt.
Ik gebruikte Plaxo al heel lang, en ook al heel lang niet meer, toen Boris er een enthousiast verhaal over schreef. Ik ben het weer gaan gebruiken en binnen 1 dag betaalde ik $50 voor de premium versie. Plaxo biedt veel toegevoegde waarde. Maar het gaat verder, althans dat zou kunnen. Dave Winer vraagt zich af of Plaxo het open identiteits systeem kan worden waar we allemaal op wachten. En hij legt hier uit wat daarmee bedoeld wordt.
“The next evolution of the web is to deconstruct social networks into their components. I’m tired of building networks of friends, over and over. Next time I do it, it’ll be for keeps. It’ll be the “real” social network, the one all future social networks build on, just as the format and protocol designed by TBL was the one we all built on for basic machine-level networking. The “arcs” — the lines connecting people — will need to have better labels. And like the Internet, be subject to innovation by anyone, without anyone else’s permission. Small pieces, loosely joined. And the arcs will connect groups of people too. Big pieces that act just like the small pieces. And there will be an easy way for an app to authenticate someone, and access data private to the app, and data that the user has let the app have access to. That way when I register to be part of a new community I don’t have to re-enter all my data again.”
Als ik mensen uitleg dat gebruikers van Hyves, MySpace of Facebook hun onderlinge communicatie ook meestal via die platformen laten verlopen dat stuit dat vaak op onbegrip. “Er is toch email…?” Maar met email is een hoop mis, en je kunt er ook een stuk minder mee. Jeremiah schreef er een mooi bericht over, de voordelen zijn te groot om deze ontwikkeling te negeren…
“The bottom line? Messaging is evolving and now has stronger network hooks, understanding these changes are key to being an effective communicator. The company trying to reach an audience on Facebook will obviously have to join this community and adapt to their tools.”
In tegenstelling tot wat velen (willen) geloven zijn mensen meestal zichzelf, ook in 3D virtuele werelden. De mooiste quote uit dit artikel is “you can take the person out of the real, but not the real out of the person.” Maar er staan meer interessante dingen in, al is niet alles even goed onderbouwd met harde data, wat niet weg neemt dat het voor mij zeer aansluit bij wat ik zelf zie en ervaar.
“So that’s all pretty fascinating stuff. Now add the question that will surely drive poor Richard batty: does anyone really role play? The answer, from a very scarce pool of data and studies (e.g. this one)–and a quick look at the percentage of RP servers among MMOs–is that it’s a small fraction of people who actually do so. Sure, we could debate that and derail the thread, but let’s just run with it as an operating assumption, ok?”
In Dante vond gisteren een geslaagde eerste Nederlandse Twitterborrel plaats. Ik vond het opvallend hoe vaak de discussie terechtkwam op OpenID en de huidige mogelijkheden en onmogelijkheden ervan. Ondanks de kritiek op de manier waarop OpenID werkt is het wat mij betreft een van de beste startpunten voor het oplossen van een probleem waar mensen in toenemende mate mee te maken zullen krijgen. Vele verschillende vriendenlijstjes en plekken waarop je jouw identiteit en profiel moet aanmaken, beheren, etc. Tony Mcdonnel denkt in dezelfde richting.
“I would go as far as calling Facebook proof that the concept of identity on the web will work. Instead of having a distributed approach to identity though, they have opened up the “Facebook Platform†that allows developers to build applications around their user base. That is awesome but still only halfway there. It is still not easy for me to take my identity elsewhere. Regardless, in the near future, I am going to bet that the average user out there will see this problem as a major barrier to entry, and in turn will avoid getting involved. We need to start thinking of solutions now, and OpenID is a great place to start.”
Het evolutiepad naar open en gedecentraliseerde sociale netwerken en/of identitysystemen is steeds duidelijker aan het worden en ik ben benieuwd hoe de gevestigde partijen daarop gaan inspelen. De gecentraliseerde databases met netwerkrelaties zullen hopelijk sneller dan we denken iets van het verleden zijn. Dat biedt vele kansen en bedreigingen tegelijkertijd. Doc Searls, Dave Winer en Marc Canter leiden de weg, niet voor het eerst…
“We covered a lot of ground, I reviewed my belief that the features of social networks are due to deconstruct into simple services that can be recombined by skilled users in an infinite number of ways. At the core of all of it is an identity system. So what is an identity system? Is there a good definition somewhere? How many features can you add before it becomes more than an identity system? This is important because in this area, it’s important to strip it down to its bare minimum, so that the first component of any network of people, events and resources can be maximally combined with features that depend on identity. The goal is to give the user the most options with the fewest identities”
Ik produceer erg veel digitale content, op allerlei verschillende plekken met allemaal verschillende tools. Mijn blog is de voornaamste aggregator van al deze content, maar niet alles staat er. En zeker niet alles is er opgeslagen. Dat zou nog wel eens een probleem kunnen gaan opleveren, persoonlijk zou ik het ook graag anders opgelost zien. Jon Udell’s verhaal in combinatie met DLA‘s van Marc Canter zou wel eens een oplossingsrichting kunnen zijn…
Although this notion of a hosted lifebits service seems inevitable in the long run, it’s not at all clear how we’ll get there. The need is not yet apparent to most people, though it will increasingly become apparent. The technical aspects are somewhat challenging, but the social and business aspects are even more challenging.
Eerder deze week schreef ik over privacy en online advertising. Dat leidde tot de nodige discussie waarin de verschillende standpunten uitgebreid aan bod kwamen. TechCrunch schrijft vandaag over Cluztr, een dienst die wat mij betreft symptomatisch is voor onze online toekomst. Misschien nog niet de juiste implementatie, maar het idee klopt.
“Cluztr tracks your clickstream and shares it with the world. Every site you visit is recorded and posted live to the Cluztr site in a social bookmarking style format, but without the need for active involvement; a Firefox plugin does it automatically. The wealth of data has benefits outside of letting people watch. Content matching links users with similar clickstreams and creates site recommendations based on user history. Cluztr is also a chat platform. Cluztr users visiting a particular page are automatically displayed in the sidebar allowing discussions on the topic at hand.”
Ik snap nog steeds niet welk probleem mensen hebben met bedrijven als Google die een hoop informatie verzamelen over individuen. Ik zie de voordelen, maar ik begrijp niet waarom de nadelen nu eigenlijk nadelen zijn…. Iemand?
“Personalization, including targeted ads, is a mixed blessing: on one hand, personalized information is more useful and relevant to our lives. On the other, it reduces the opportunities for unanticipated encounters with ideas, people or products that may disturb or enlighten us. Personalization also interferes with the development of common experiences that people can use to understand each other and make common decisions.â€
Er zijn vele voorbeelden van populaire websites waarbij de reputatie van een participant een belangrijke rol speelt die commercieel gezien zelfs veel waarde heeft. Denk aan eBay, Amazon en Digg. Het is ook geen nieuws dat er velen zijn die proberen misbruik te maken van dergelijke systemen en vaak lukt dat ook. Crowdhackers worden die mensen ook wel genoemd. De huidige reputatiemanagementsystemen werken dus (nog) niet goed genoeg, maar ze worden wel steeds belangrijker. Een wetenschapper zegt in dit Wired artikel dat hij verwacht dat de ‘goeden’ het altijd wel zullen winnen van de ‘kwaden’ door het blijven doorontwikkelen van de algoritmes die de reputatie van een persoon of item bepalen. Zelf verwacht ik dat daarnaast de trend om ons sociale netwerk online vast te leggen nog wel eens een belangrijke rol kan gaan spelen in dit verhaal (maar dan moeten ze er wel voor open staan), zeker in combinatie met het langdurig volgen van daadwerkelijk gedrag van mensen en websites, waarvan het net gelanceerde Spotflex weer een mooi voorbeeld is.
Wanneer transparantie je bang maakt kun je deze tips maar beter opvolgen, met name nummer 2 is een aardige suggestie die velen al toepassen.
“Use pseudonyms online. There’s absolutely no reason to use your real information anywhere short of buying something with a credit card. Establish a couple of good identities know and build your reputation. Someday reputation will be the prime currency in online worlds.”
Ik las net via Marketingfacts een artikel in New York Magazine over de jeugd en privacy. Het biedt weinig nieuwe inzichten, maar het blijft wel verwonderlijk om te beseffen dat het gebrek aan privacy iets is wat de jeugd van nu simpelweg accepteert omdat ze niet beter weet. Sterker nog, ze gaan er onbewust naar leven. Dat laatste doe ik ook, maar (helaas?) wel bewust…;-)
Om Malik vraagt zich af of online social networks eigenlijk niet gewoon een feature zijn in plaats van een dienst op zichzelf. Volgens mij is het antwoord daarop: ja. Succesvolle social networks worden gedreven door een context, een context die meestal belangrijker zal zijn dan de social networking dienst zelf. Er zijn echter vele contexten te bedenken waarvoor een social network als feature relevant kan zijn, daarom zullen we ook steeds meer van dergelijke diensten zien verschijnen. En dat is prima, alleen is het dan wel belangrijk dat het makkelijk is om te participeren aangezien er niet een ‘one-size-fits-all’ social network dienst zal zijn. Al denken MySpace en Hyves daar vast anders over;-)
“The social networking is simply embedding itself into services, like say MOG or Last.fm. They are not social networks in the classic sense – aka like Bebo or Facebook or MySpace – but they essentially are social networks. They use the technology to enhance online experiences, which are the things we want to be doing. After all, life doesn’t happen, online or off, inside a MySpace page.”
Simon Willison heeft een interessante oplossing bedacht voor het bestrijden van comment spam op weblogs. Hij gebruikt daarvoor (het snel opkomende) OpenID, aangezien iedereen middels OpenID een unieke ‘identifier’ kan hebben. En in plaats van blacklists gebruikt hij gedistribueerde whitelists. Deze oplossing zou inderdaad goed kunnen werken voor weblogs, maar uiteindelijk zouden we hiermee ook wel eens de basis kunnen leggen voor spamvrij emailverkeer of vergelijkbare 1 op 1 communicatievormen….
“This weblog has a comment spam detection system based on simple heuristics. Comments are assigned a score; if the score exceeds a certain level the comment is placed in a queue for moderation. As of today, one of the heuristics is “does the comment author have an OpenID that is on the whitelistâ€. I’ve populated my whitelist with the OpenIDs of people who have posted two or more useful comments and do not appear to be using an anonymous provider. I’ll be adding to it regularly in the future. Here comes the social part: I’m sharing my whitelist. If you run your own OpenID-enabled weblog you are welcome to include my whitelist in your comment spam heuristics. If you publish your own whitelist, I will happily do the same. Social whitelisting benefits from being de-centralised, just like OpenID. If I find that you have whitelisted a spammer, I can unsubscribe from your whitelist. There’s no central authority or point of failure.”